Een stapeldiagram creëren
Gereedschap |
Gereedschappenset |
Stapeldiagram |
Ruimtelijke planning |
Een stapeldiagram biedt een weergave van de totale oppervlakte ingenomen door de ruimtes per verdieping. Dit is handig om de verdeling van de oppervlaktes per verdieping na te gaan.
Een stapeldiagram wordt automatisch ingevoegd bij het importeren van een relatiematrix in het bestand (zie Een relatiematrix importeren). Een stapeldiagram kunt je ook manueel invoegen met het gereedschap Stapeldiagram. Het stapeldiagram is gebaseerd op de in het bestand aanwezige ruimtes en ruimterelaties.
Om een stapeldiagram in te voegen:
Activeer het gereedschap.
Klik op een plaats in de tekening om de locatie van het object te bepalen. Klik nogmaals om de rotatie te bepalen. Als je het gereedschap voor de eerste keer in een bestand gebruikt, verschijnt het instellingenvenster van het gereedschap automatisch. Stel de standaardwaarden in. Nadien kunt je de parameters wijzigen via het Infopalet.
Het stapeldiagram wordt aangemaakt.
De lagen worden ‘gestapeld’ op basis van hun z-waarde. De z-waarde van de lagen past je aan in het dialoogvenster ‘Organisatie’ (Extra > Organisatie).
Indien er zich in de tekening geen ruimtes bevinden, wordt een plaatshouder voor het stapeldiagram ingevoegd.
Net zoals de relatiematrix, toont het stapeldiagram op elk moment de huidige organisatie van de ruimtes in de tekening. Het stapeldiagram wordt automatisch bijgewerkt wanneer je wijzigingen aanbrengt aan de ruimtes of ruimteverbindingen. Bovendien worden de vulkenmerken die je aan de ruimtes in de tekening toekent, automatisch weerspiegeld.
De parameterwaarden voor de Rotatie, Schaal hoogte en Schaal breedte van een relatiematrix kunt je in het Infopalet wijzigen. Daarnaast vindt je in het Infopalet de parameter Schaal tussenafstand, waarmee je de afstand tussen de rijen van het stapeldiagram regelt. Met de optie Toon totalen kunt je de totale gebruikte ruimte in de tekening weergeven.
Het stapeldiagram wordt geordend in rijen die overeenstemmen met de lagen van de tekening. De op deze lagen aanwezige ruimtes worden weergegeven in gescheiden rijen. De naam en de oppervlakte van de laag wordt links van elke rij weergegeven.
Ruimtes in het stapeldiagram worden gegroepeerd volgens de naam die je voor elke ruimte apart in het Infopalet moet invullen. Aangrenzende ruimtes met dezelfde naam worden door dunne lijnen gescheiden.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.